VSM 2019 (uit 1944)
Info over de locomotief:

Ter voorbereiding van een invasie in Europa en andere operaties wereldwijd lieten het Amerikaanse leger (United States Army Transportation Corps) en het Britse War Department tijdens de Tweede Wereldoorlog gezamenlijk ongeveer 4500 diesel- en stoomlocomotieven bouwen. De oorlogslocomotieven werden goedkoop en simpel gebouwd. Hierdoor konden de locomotieven in hoog tempo worden gebouwd. Veel locomotieven waren van slechte kwaliteit, omdat ze niet lang mee hoefden te gaan. Op D-Day, 6 juni 1944, landen de geallieerde troepen in Normandië, Frankrijk. Op D-Day, en later tijdens de oorlog, werden ongeveer 3000 Amerikaanse en Engelse diesel- en stoomlocomotieven naar het Europese vasteland gebracht. Op 5 mei 1945 werd het Nederlandse vasteland door de geallieerden bevrijd van de Duitsers. Op 11 juni werden de Waddeneilanden ook bevrijd.

Duizenden goederenwagons, locomotieven, rijtuigen en treinstellen werden tijdens de oorlog naar het oosten afgevoerd of raakten ernstig beschadigd. Ook was veel infrastructuur op veel plekken vernietigd. De Nederlandsche Spoorwegen schatte de totale oorlogsschade op 522,5 miljoen gulden. NS maakte meerdere reizen naar het oosten om Nederlandse treinen terug te zoeken die nog bruikbaar waren. Nadat de Tweede Wereldoorlog ten einde was gekomen, belandde veel overtollig Amerikaans en Brits oorlogsspoormaterieel op grote legerdumps in Europa. Hier konden de Europese spoorwegmaatschappijen materieel kopen of huren om hun spoornetwerk weer op te bouwen. NS kocht en huurde een groot aantal locomotieven om zo de treindiensten weer op te bouwen. NS en enkele andere bedrijven in Nederland namen rond de 400 diesel- en stoomlocomotieven over uit de legerdumps. Van deze locomotieven zijn de NS 164, NS 620, NS 2019, NS 8811, USATC 4389, WD 70033, WD 70269 en de WD 73755 bewaard of gereconstrueerd. Daarnaast kocht en huurde NS ook locomotieven uit andere landen in Europa, waaronder West-Duitsland. De NS 7853 is een reconstructie van een Zwitserse locomotiefserie die na de oorlog drie jaar in Nederland heeft gereden. Het overgrote deel van de locomotieven werd binnen tien jaar, toen nieuw materieel beschikbaar was, weer buiten dienst gesteld. In de eerste jaren na de oorlog werden door een gebrek aan rijtuigen goederenwagons ingezet voor reizigersvervoer. Ook werden bussen en legertrucks ingezet als vervanging van de treindienst.

Ter voorbereiding van een invasie in Europa bestelde het Amerikaanse leger (United States Army Transportation Corps) aan het begin van de oorlog 1500 diesellocomotieven, waarvan 168 van het type 65-DE-19A bij de fabriek Whitcomb Locomotive Works in Rochelle. Binnen een paar maanden werd het type 65-DE-19A ontwikkeld. Het waren eenvoudige, stevige en symmetrisch gebouwde locomotieven. Ze waren uitgerust met extra pantsering en treeplanken waar soldaten op konden staan. Elke locomotief had ook twee motoren, zodat ze konden doorrijden als er één defect raakte. Elke loc woog bijna 63.000 kilo en kon ook onder slechte omstandigheden dienstdoen. De locs hebben een maximale snelheid van 75 km/u. De diesels werden, net als de meeste oorlogslocomotieven, geheel zwart geschilderd om minder op te vallen. In 1943 en 1944 werden de locomotieven gebouwd. Als een locomotief in Amerika klaar was, werd hij weer uit elkaar gehaald en in grote kratten verscheept naar Engeland en Ierland. Hier werden de locomotieven weer in elkaar gezet. Tijdens D-day werden de in Engeland opgeslagen locomotieven naar Normandië gebracht. Na D-day werden de locomotieven die nog werden gebouwd direct naar Europa gebracht. Tijdens de oorlog werden de locomotieven gebruikt om materieel en troepen te vervoeren. Het United States Army Transportation Corps (USATC) legde nieuwe spoorverbindingen aan of repareerde spoorrails die door de gevechten kapot waren gegaan.

Nadat de Tweede Wereldoorlog ten einde was gekomen, belandde veel overtollig Amerikaans en Brits oorlogsspoormaterieel op grote legerdumps in Europa. Hier konden de Europese spoorwegmaatschappijen materieel kopen om hun spoornetwerk weer op te bouwen. NS nam in 1946 20 diesellocomotieven van het type 65-DE-19A over van de USATC voor inzet in Nederland. De locs werden gekocht van een dumpplaats in Parijs. De Whitcombs die in Europa niet werden verkocht, nam Amerika weer mee terug. Daar werden de locomotieven doorverkocht en ingezet in Canada, Cuba, Mexico en de VS. In Tilburg werd door NS besloten een loc kaal te plukken en de andere 19 locomotieven te herstellen. De diesellocomotieven kregen de nummers 601 t/m 619, de locs kregen hun nummer op volgorde van hun Amerikaanse nummers. In 1946 kwamen alle locomotieven in één trein naar de werkplaats in Haarlem. De locomotieven werden gereedgemaakt voor inzet in Nederland. Door de slechte toestand van de motor stelde NS in 1946 en 1947 maar elf 600'en in dienst. Tijdens de inzet in het leger raakten de locomotieven erg vervuild met zand. Ook de koeling van de motoren lekte en werkte slecht door het minimale onderhoud tijdens de oorlog.

In de jaren '50 kregen de locomotieven de donkergroene NS-kleurstelling. Daarvoor reden de locs in de zwarte oorlogskleuren voor NS. Om de voorkant van de symmetrische locomotieven aan te duiden, werd de voorste neus voorzien van een witte streep. Door de motoren waren de 11 rijdende locomotieven onbetrouwbaar en stonden ze vaak defect. Het gebeurde vaak dat van de 11 locs ongeveer maar de helft van de locomotieven inzetbaar was. Soms waren er maanden dat er maar 1 loc in dienst reed. In 1953 en 1954 kregen alle 18 locs, behalve plukloc 603, nieuwe motoren. Bij een revisie kreeg de serie de nummers 2001 t/m 2018, de 619 kreeg het nummer 2003. Door de nieuwe motor konden eindelijk alle 18 locomotieven in dienst worden gesteld. Een bekende inzet van de 2000'en was voor de olietreinen vanuit Schoonebeek, onder andere met Amerikaanse ketelwagens. In 1953 werd de 603 afgevoerd, omdat deze een te slecht frame had. Door de komst van de locomotieven van de series 2200 en 2400 werden de meeste oorlogdiesellocomotieven van de serie 2000 in 1958 opgeslagen in Roosendaal. In 1960 werden alle locomotieven van de serie van NS gesloopt.

In 1944 is door Whitcomb Locomotive Works de laatste locomotief van de serie, nummer 8147, afgeleverd. De loc is naar Napels (Italië) verscheept om daar dienst te doen. Daar is de loc onder nummer 1329 in dienst gekomen bij de Military Rail Service. Tijdens de oorlog heeft de loc treinen gerangeerd en in treinschakeling met andere Whitcombs kolentreinen gereden. Na de oorlog is de locomotief niet gekocht op een legerdumpplaats en is de loc teruggebracht naar Amerika. Daar kocht de Whitcomb Locomotive Works de locomotief weer terug. De locomotief is verbouwd naar een 70-DE-26. Daarna is de loc verkocht aan Bethlehem Steel Mill in Lackawanna, vlakbij Buffalo. De loc heeft in de jaren '70 nieuwe motoren gekregen en is radiografisch bestuurbaar gemaakt. Ook kreeg de loc een oranje verflaag. In 2004 stopte de fabriek en de loc stond zonder werk. De loc droeg toen het nummer Remote Controlled 66.

Begin deze eeuw zocht de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij voor een NS 2000 in Italië, waar nog een aantal Whitcombs reden. Dat type bleek echter te veel af te wijken van de oude NS 2000’en. In Amerika waren echter nog wel een paar locs van hetzelfde type beschikbaar. In 2008 had de VSM voor het eerst contact met de eigenaar van de Remote Controlled 66; de loc stond op internet te koop. De koop bleek een moeilijk verhaal en door de aanschaf van de 2412 uit Frankrijk door de VSM was er weinig contact. In 2015 legde de VSM opnieuw contact. De eigenaar wilde graag van de loc af en vond het zonde om hem te slopen als er ook een museumloc van gemaakt kon worden. Na veel wikken en wegen is in oktober 2016 besloten tot koop over te gaan en is begonnen met de voorbereidingen van het transport en het werven van fondsen. Begin 2018 werd het transport van de loc naar Nederland geregeld. Op 2 april begon het transport: de locomotief werd in Buffalo op een 8-assige kuilwagen gehesen. De loc werd op 12 april naar het goederenstation van Buffalo gebracht. Vijf dagen later vertrok de loc in een goederentrein naar de havenplaats Newark. Op 23 april kwam de loc daar aan en op 1 mei vertrok het schip met de locomotief erop naar Zeebrugge (België). De oude diesel kwam op 18 mei aan in Zeebrugge en werd in een loods geplaatst, wachtend op verder transport. Tien dagen later werd de loc op een dieplader gezet. Op 29 mei 2018 kwam de loc na een lange reis aan bij de VSM in Loenen. De loc heeft de oranje kleur en het nummer Remote Controlled 66 bij aankomst in Loenen nog. Er is hard gewerkt aan de locomotief om hem in de donkergroene NS-huisstijl te schilderen. De loc heeft het fictieve doorlopende nummer 2019 gekregen. Tijdens het evenement 'Terug naar Toen 2018' was de 2019 voor het eerst te zien in zijn donkergroene kleur te zien.

In Nederland zijn twee locomotieven van dit oorlogstype te zien, de 620 van de Stoomtrein Goes - Borsele en de 2019 van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. De 620 is teruggebracht naar de zwarte kleur waarin de locomotieven in de oorlog dienst deden en later ook bij NS reden. De 2019 is voorzien van de donkergroene kleurstelling die NS haar locomotieven in de jaren '50 gaf en waarmee de locomotieven werden gesloopt.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De 2019 en de USATC 17048 staan in Beekbergen opgesteld. 10 november 2024. © TreinenInNederland.nl
 
 
De 2019 en de USATC 17048 staan in Beekbergen opgesteld. 10 november 2024. © TreinenInNederland.nl
 
Van links naar rechts staan de Tm 565, Oersik 116 en de 2019 rond de draaischijf opgesteld.
10 mei 2024. © TreinenInNederland.nl
 
 

Van links naar rechts staan de Tm 565, Oersik 116 en de 2019 rond de draaischijf opgesteld. Hemelvaartweekend bij de VSM,
9 mei 2024. © TreinenInNederland.nl

 
 
Van links naar rechts staan de Tm 565, Oersik 116 en de 2019 rond de draaischijf opgesteld.
Terug naar Toen 2019
, 7 september 2019. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
 
De onlangs verworven 2019 in haar nieuwe groene kleur. VSM Terug naar Toen 2018, 2 september 2018. © TreinenInNederland.nl
 
Een zij-aanzicht van de 2019. 2 september 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De soortgenoten van de VSM 2019 reden vroeger olietreinen vanuit Schoonebeek naar Pernis. Voor deze treinen werden onder andere deze ketelwagons gebruikt. Net als de 2019 is deze ketelwagon in Amerika gebouwd voor het Amerikaanse leger en naar Europa verscheept.
2 september 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De VSM 2019 met de Amerikaanse ketelwagon. 2 september 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De 2412 naast de 2019. VSM Terug naar Toen 2018, 2 september 2018. © TreinenInNederland.nl
 
Op 29 mei 2018 kwam de loc na een lange reis aan bij de VSM in Loenen. Rob Dragt maakte in Loenen de volgde reportage.